Overzicht voedingsstoffen

Koolhydraten (zetmeel en suikers) vormen een belangrijk bestanddeel van gezonde voeding. Je totale dagelijkse energie-inname moet voor minimaal 40% uit koolhydraten bestaan. Koolhydraten zitten bijvoorbeeld in brood, aardappelen, pasta, rijst, bonen, melk, yoghurt, fruit, vruchtensap, sommige groenten en alles waar suiker in zit.

 
Bij mensen met diabetes is het van groot belang dat de hoeveelheid koolhydraten in de voeding en de gebruikte insuline of tabletten met elkaar in evenwicht zijn. Bovendien moet het type insuline of tabletten dat je gebruikt worden afgestemd op het aantal maaltijden en de verdeling van de hoeveelheid koolhydraten over de dag.
 
Koolhydraten worden in het lichaam omgezet in glucose, één van de belangrijkste brandstoffen voor je lichaam. Glucose komt in je bloed terecht en wordt zo door je lichaam verspreid. Tijdens het eten stijgt dan ook je bloedglucosespiegel. Als reactie daarop geeft de alvleesklier insuline af om de glucose zo nauwkeurig mogelijk binnen normale waarden te houden.
 
Bij mensen met diabetes kan het lichaam geen of onvoldoende insuline afgeven, omdat de alvleesklier te beperkt werkt (diabetes type 2) of helemaal niet werkt (diabetes type 1). Te veel koolhydraten in de maaltijd kunnen dan leiden tot een te sterke stijging van de bloedglucosespiegel, terwijl te weinig koolhydraten kunnen leiden tot een te lage bloedglucose.
 
Vandaar dat het voor mensen met diabetes erg belangrijk is om bij te houden hoeveel koolhydraten er in hun voeding zitten. Voor meer informatie over koolhydraten kun je terecht op de website van het voedingscentrum.
 
Suiker?
In tegenstelling tot wat veel mensen denken, kunnen mensen met diabetes gewoon suiker en producten die suiker bevatten eten. Het gebruik van suikervrije producten is niet aan te raden omdat deze vaak extra veel (ongezond) verzadigd vet en transvet bevatten. Wel is het verstandig om te kiezen voor ‘light’ voedingsmiddelen die gezoet zijn met caloriearme zoetstoffen. Voor zoetstoffen gelden wel maximale hoeveelheden per dag.
 

Eiwitten zijn een belangrijke bouwstof voor het lichaam. Eiwitten komen voor in verschillende soorten voeding. Voedingsmiddelen waar veel eiwit in zit zijn vlees, vis, melk, kaas, eieren en peulvruchten (bonen, erwten etc.). Je hebt ongeveer 50-100 gram eiwitten per dag nodig. Als je diabetes hebt, is het niet verstandig om meer eiwitten te eten dan de aanbevolen hoeveelheid, want dat vergroot de kans op nierproblemen.

 

Per dag heb je gemiddeld 80 gram vet nodig. Het beste kun je kiezen voor onverzadigde vetten, zoals olijfolie en vloeibare bakproducten. Een aparte soort onverzadigde vetten zijn de zogeheten omega-3 vetzuren, ook bekend als n-3 vetzuren. Die zitten bijvoorbeeld vooral in vette vis. Het advies is om hiervan minimaal 0,2 gram per dag te eten.

Het eten van verzadigd vet, dat vooral voorkomt in dierlijke producten zoals vlees en vleeswaren, kaas en melk, kun je beter beperken. De minst gezonde vorm van vet is transvet, dat ontstaat door een extra bewerking van vet in de fabriek om het harder te maken. Transvet zit vaak in koekjes en zoutjes

Het is aan te raden om per dag 30 tot 40 gram voedingsvezels te eten. Vezels zorgen voor een goede werking van de darmen, maar lijken ook een gunstig effect te hebben op de vetstofwisseling.

Hoeveel vezels een voedingsmiddel bevat, is moeilijk aan te geven. Vezels zitten namelijk in allerlei groenten, fruit, peulvruchten en graanproducten. Om een indruk te krijgen van wat je dagelijks zou moeten eten om voldoende vezels binnen te krijgen, kun je op de website van het Voedingscentrum kijken, waar een overzicht staat van de aanbevolen dagelijkse voeding.
 

Vitamines en mineralen zijn voedingsstoffen die het lichaam nodig heeft voor de stofwisseling. Er zijn dertien verschillende vitamines bekend zoals vitamine A, de vitamines uit het B-complex en vitamine C, D, E en K. De meest bekende mineralen zijn kalk of calcium, natrium, kalium en magnesium. Daarnaast heeft het lichaam kleine hoeveelheden ijzer, jodium, fluoride, zink, koper, mangaan, chroom en molybdeen nodig, ook wel spoorelementen genoemd.

Voor zowel mensen met als zonder diabetes is het belangrijk om dagelijks een aanbevolen hoeveelheid vitaminen, mineralen en spoorelementen binnen te krijgen. Bij voldoende afwisseling in de voeding gaat dat meestal vanzelf goed. Mensen die proberen af te vallen, eten vaak weinig of eenzijdig en lopen risico te weinig vitaminen en mineralen binnen te krijgen. Het is dan aan te raden een diëtiste te raadplegen die kan vaststellen om welke tekorten het gaat en hoe deze kunnen worden aangevuld.
 

De hoeveelheid vocht die je per dag nodig hebt, hangt erg af van o.a. de omgevingtemperatuur, de luchtvochtigheid, wat je eet en de hoeveelheid beweging. Volwassenen wordt aangeraden om anderhalve liter ‘drinkvocht’ per dag te drinken. Daaronder vallen o.a. water, thee, koffie, vruchtensap en frisdrank. Alcohol valt hier niet onder.

 

Ook als je diabetes hebt, kun je met mate alcohol drinken. Algemeen geldt dat vrouwen 1 tot 2 glazen alcohol per dag mogen drinken, mannen 2 tot 3 glazen. 

Alcohol heeft voor- en nadelen. Zo verbetert matig alcoholgebruik de gevoeligheid voor insuline en beschermt mogelijk tegen hart- en vaatziekten (bijv. rode wijn). Alcohol geeft echter wel een vergrote kans op een hypo (te lage bloedsuiker), vooral als deze op een lege maag gedronken wordt en wanneer iemand bloedsuikerverlagende medicijnen of insuline gebruikt.