Nieuws

Diabeteszorg in Nederland:
Betere gezondheid, meer welvaart

(Dit is een Nederlandstalige samenvatting van het rapport)

Diabetes is een lastige aandoening. Complicaties kunnen ernstig zijn (bijv. beroerte, hartziekte, visuele handicaps, nieraandoeningen). Dankzij effectieve behandelmethoden zijn de meeste mensen met diabetes in staat een bijna normaal leven te leiden, maar diabetesbehandelingen vereisen wel de nodige zelfdiscipline. Patiënten moeten constant op hun eetpatroon en lichaamsbeweging letten om niet aan te komen of om af te vallen, en de meesten gebruiken dagelijks medicijnen. Mensen met diabetes die insuline gebruiken moeten de hoeveelheid insuline die ze toedienen nauwkeurig afstemmen op wat ze eten en hoe intensief ze bewegen. Te weinig insuline kan op lange termijn complicaties tot gevolg hebben en te veel insuline kan leiden tot hypoglykemische episoden (hypo’s) – met kans op bewustzijnsverlies, coma of hersenschade. Daarnaast kan insulinetherapie tot gewichtstoename leiden.

Onze analyse suggereert dat de medische kosten en het verlies van arbeidsproductiviteit door diabetes worden onderschat. Verder wetenschappelijk onderzoek is gewenst (zeker daar waar databronnen uiteenlopen). Er zijn nu al ruim één miljoen mensen met diabetes in Nederland.

De kosten van diabetesbehandeling en -complicaties in Nederland worden geschat op 2-3 miljard euro per jaar, twee keer zo hoog als meestal wordt beweerd. Met de andere medische kosten voor diabetespatiënten daar nog bij gerekend, liggen de totale medische kosten van mensen met diabetes tussen de 4 en 5 miljard euro per jaar. Bovendien worden de kosten in verband met verlies aan arbeidsuren van mensen met diabetes geschat tussen de 5 en 6 miljard. Alle bronnen en schattingen hebben een ding gemeen: ze geven de grote impact van diabetes weer op mens en op de maatschappij.

Professionals en patiënten mogen trots zijn op de Nederlandse diabeteszorg. Vergeleken met andere landen is de kwaliteit van de zorg hoog, en de meeste mensen met diabetes kunnen een bijna normaal leven leiden. Gegevens van eerstelijns zorggroepen  tonen aanzienlijke kwaliteitsverbeteringen sinds de jaren negentig. In deze zorggroepen heeft ongeveer twee derde van de patiënten een bloedglucosespiegel (HbA1c) onder de streefwaarde van 7% (53 mmol/mol). Uit nationale en internationale voorbeelden blijkt dat hoge kwaliteit van zorg en het verbeteren van therapietrouw leiden tot betere uitkomstwaarden en minder complicaties.

Therapie-ontrouw (in het opvolgen van leefstijladviezen en medicatieschema’s) en variaties in de dagelijkse zorgpraktijk doen vermoeden dat er nog genoeg te verbeteren valt aan de gezondheid van mensen met diabetes. Een verdere verbetering van hun gezondheid kan in 2020 1,5 tot 2 miljard euro opleveren aan medische kostenbesparingen en productiviteitsvoordelen. De nationale benchmark voor eerstelijnsdiabeteszorg, die op dit moment door de patiëntenvereniging en professionals wordt ontwikkeld, zal een belangrijke rol spelen bij het in kaart brengen van verbetermogelijkheden.

Geschatte kostenbesparingen als gevolg van betere zorg voor mensen met een chronische ziekte worden soms met scepsis ontvangen, omdat men van mening is dat complicaties wel kunnen worden uitgesteld maar niet voorkomen. Maar als complicaties later in het leven optreden, wordt de tijd dat mensen leven met dure complicaties korter en verbetert de deelname aan zowel het arbeidsproces als het sociale leven. Naast deze maatschappelijke voordelen, heeft sociale participatie op zichzelf ook een positieve uitwerking op het welzijn van mensen met diabetes.

We zien belangrijke systeembelemmeringen voor innovatie, kwaliteitsverbetering en betere zelfdiscipline van mensen met diabetes. Deze belemmeringen kunnen ontmoedigend zijn voor gemotiveerde professionals, patiënten en verzekeraars. Met de volgende aanbevelingen willen wij deze belemmeringen wegnemen en bijdragen aan een stimulerend klimaat. Een klimaat waarin zowel kwaliteit, innovatie als betrokkenheid van werkgevers, participatieve zorg en het sociale netwerk van patiënten goed gedijen.
 

Aanbeveling 1: Verfijn economische prikkels ter bevordering van geïntegreerde eerste- en tweedelijnszorg en kwaliteitsverbetering

De huidige economische incentives leiden niet tot kwaliteitsverbetering en innovatie. Professionals worden nog steeds vooral beloond naar kwantiteit in plaats van kwaliteit. Verzekeraars zien helaas vaak dat besparingen als gevolg van investeringen in kwaliteit niet meetbaar zijn op macroniveau. Individuele patiënten hoeven wellicht minder vaak te worden opgenomen, hebben minder consulten nodig en kosten minder, maar dit wordt zelden doorvertaald naar een afname van het aantal ziekenhuisbedden, verminderde inzet van personeel en verminderde inkoop. Er bestaat dan ook een kans dat verzekeraars dubbel betalen: voor innovatie en voor de ongewijzigde kwantiteit in de reguliere zorg.

Economische prikkels zouden meer ruimte moeten bieden aan gemotiveerde artsen, verpleegkundigen en patiënten. Wij stellen de volgende verfijning voor:

  • Samenwerking tussen eerste- en tweedelijnszorg. We stellen een model voor waarin eerste- en tweedelijnszorg gezamenlijk de beoordeling van diabetespatiënten uitvoeren. Hiermee krijgt de eerstelijnszorg meer handvatten aangereikt om mensen met diabetes te behandelen, en zullen specialisten minder geneigd zijn om patiënten binnen een specialistische omgeving te houden. Volumeafspraken tussen verzekeraars en ziekenhuizen zijn nodig om meetbare resultaten te realiseren op macroniveau. Gain-sharing kan het continue verbeteren van kwaliteit verder aanmoedigen (kwaliteitsproductie in plaats van volume productie).
     
  • Extra compensatie voor verzekeraar van mensen met diabetes in het stelsel van risicoverevening. Het implementeren van een kleine winstmarge op diabetes in het stelsel van risicoverevening leidt tot meer gezonde concurrentie tussen verzekeraars op het gebied van kwaliteit in de diabeteszorg. Extra compensatie vermindert het risico dat verzekeraars die investeren in kwaliteit, daardoor mogelijk meer financieel onaantrekkelijke patiënten aantrekken.
     
  • Bouw aan een infrastructuur voor geïntegreerde eerste- en tweedelijnszorg. Het geïntegreerde financieringsmodel van netwerkzorg moet uitgebreid worden met ziekenhuiszorg voor mensen met diabetes (door bijvoorbeeld specialistische zorg op te nemen in de keten-DBC). Verzekeraars kunnen professionals stimuleren deel te nemen aan ondersteunende IT-infrastructuren.

 

Aanbeveling 2: Betrek werkgevers, UWV en participatieve zorg in de diabeteszorg

De rol van werkgevers, UWV en participatieve zorg in de diabeteszorg is tot op heden vrij klein. Er valt meer economisch voordeel te behalen met het verbeteren van de zorg door het verhogen van maatschappelijke participatie (arbeid en sociaal) dan met het verlagen van medische kosten. Het belang van productiviteitsvoordelen wordt alleen maar groter, gezien de verwachte krapte op de arbeidsmarkt en het daaraan gerelateerde risico op looninflatie en wachtlijsten voor behandeling en zorg als gevolg van personeelstekorten.

Er is een rol weggelegd voor werkgevers en overheid in het bevorderen van maatschappelijke participatie van mensen met diabetes.

  • Verzekeraars kunnen collectieve diabetesmodules aanbieden gericht op meer participatie van mensen met diabetes.
  • Bedrijven en UWV kunnen investeren in dergelijke collectieve verzekeringen voor werknemers en uitkeringsgerechtigden (eventueel vast te leggen in Cao’s).
  • Verzekeraars kunnen het contracteren van participatieve en curatieve zorg integreren.
  • Participatieve zorg kan zorgdragen voor een werkomgeving waarin mensen met diabetes worden gestimuleerd therapietrouw te zijn en zolang mogelijk te blijven werken. Een stimulerende werkomgeving om zo goed mogelijk met de ziekte om te gaan, kan de meer klassieke functie van de curatieve zorg enorm versterken.

 

Aanbeveling 3: Stimuleer het sociale netwerk van mensen met diabetes om zelfdiscipline te ondersteunen

Het betrekken van het sociale netwerk van mensen met diabetes is nog geen systematisch onderdeel van de patiëntenzorg, waardoor veel patiënten de gevraagde zelfdiscipline zonder hulp moeten opbrengen. Voor de meesten is een regelmatig consult met de arts voldoende, maar voor vele anderen is dit niet toereikend.

Artsen moeten over hulpmiddelen beschikken waarmee ze ondersteuning kunnen regelen voor mensen die daar behoefte aan hebben. Patiënten en patiëntenverenigingen zouden een belangrijke rol moeten spelen bij de ontwikkeling van dergelijke hulpmiddelen. Wij bevelen het volgende aan:

  • Neem gedragsbepalingen op in de medische richtlijnen voor diabetes (zoals de aanwezigheid van familie bij belangrijke consulten).
  • Maak meer gebruik van sociale media. Gezondheidsfora met mensen met diabetes, patiëntenverenigingen en professionals zijn bevorderlijk voor regelmatig contact en informele steun bij zelfdiscipline. Train vrijwilligers hoe om te gaan met therapie-ontrouwe patiënten. Artsen zouden in staat moeten zijn bepaalde groepen patiënten door te verwijzen voor coaching. De vrijwilliger is bij voorkeur iemand uit de eigen sociale omgeving van de persoon (partner, kinderen). Deze mantelzorgers moeten een basiscursus over diabetes ontvangen (via verzekeraars of farmaceutische bedrijven). Artsen kunnen doorverwijzen naar professionele intensieve coaching door diabetesverpleegkundigen voor een kleine groep moeilijk te bereiken patiënten.



Aanbeveling 4: Introduceer voorwaardelijke markttoegangsmodellen voor nieuwe behandelmethoden en geneesmiddelen om de impact op gedragspatronen te beoordelen

De huidige generatie geneesmiddelen ter behandeling van diabetes is therapeutisch gezien zeer effectief. Met de genezing van diabetes in het achterhoofd wordt veel belangrijk onderzoek en innovatie uitgevoerd. In de komende jaren wordt de meeste innovatie verwacht op het gebied van meer (behandel)gemak voor de patiënt, zoals het verlagen van het risico op hypo’s, het vereenvoudigen van de controle en het elimineren van gewichtstoename. Gemak leidt tot meer therapietrouw, wat weer leidt tot betere resultaten. In de klinische trials van geneesmiddelen worden dergelijke gedragseffecten over het algemeen echter niet bestudeerd.

Voorwaardelijke toegangsmodellen vormen een oplossing voor behandelmethoden en geneesmiddelen die therapietrouw naar verwachting (maar onbewezen) bevorderen. In voorwaardelijke toegangsmodellen beoordelen professionals, patiënten en verzekeraars de reële impact op therapietrouw. Het CVZ kan de uiteindelijke mate van vergoeding door verzekeraars op deze beoordeling baseren. Professionals en verzekeraars kunnen voordelen op het gebied van therapietrouw opnemen in hun richtlijnen. Farmaceutische bedrijven en verzekeraars zouden de financiële risico’s van een negatief besluit aangaande definitieve toegang gezamenlijk kunnen dragen. Momenteel werken DVN en NDF in samenwerking met ZonMW aan de ontwikkeling van proefprojecten voor voorwaardelijke toegang.

Terug naar nieuwsbericht