Hoe het begon...
Ruim 80 jaar geleden wilde August Krogh, professor aan de universiteit van Kopenhagen én Nobelprijswinnaar, starten met het produceren van insuline. Dit wilde hij niet zonder reden; zijn vrouw Marie had namelijk diabetes en tijdens een rondreis door de Verenigde Staten kwam hen ter ore dat mensen met diabetes daar werden behandeld met insuline. Een hormoon dat in 1921 was ontdekt door de twee Canadese onderzoekers Banting en Best. Marie Krogh kreeg haar man zover dat zij gezamenlijk professor MacLead bezochten. MacLead was hoofd van het instituut in Toronto waar voor het eerst een insuline-extract was geproduceerd. Zij hoopte vurig op toestemming het medicijn thuis in Denemarken te mogen produceren; haar wens kwam uit.
Om zijn doel te bereiken bundelde Krogh zijn krachten met Dr. H.C. Hagedorn; indertijd een specialist op het gebied van het reguleren van de bloedglucose. De heren besloten dat eerst omvangrijk onderzoek nodig was. Om deze reden betrokken zij apotheker August Kongsted bij hun plannen. En op 21 december 1922 was het zover: de eerste kleine hoeveelheid insuline-extract werd geproduceerd met behulp van de alvleesklier van een rund. De eerste patiënten werden behandeld in maart 1923; in de lente van hetzelfde jaar werd bovendien het Nordisk insulinelaboratorium opgericht.
De loopbaan van insuline
De grootste concurrent op dat moment was het Novo Terapeutisk laboratorium; de oprichter hiervan was ooit Krogh’s partner. De rivaliteit die decennia lang standhield eindigde in 1988 toen de twee partijen samen één van ’s werelds grootste biotechnologie organisaties creëerden: Novo Nordisk. Tot die tijd groeiden beide firma’s snel en werden diverse ontwikkelingen gedaan op het gebied van de behandeling van diabetes. Zo werd in 1936 ontdekt dat het eiwit protamine kon worden gebruikt om de werking van insuline te verlengen. Een jaar later was de eerste langwerkende insuline, door Novo geintroduceerd, een feit. Een paar jaar later hadden Nordisk medewerkers deze langwerkende insuline zo ver ontwikkeld dat hij zonder problemen kon worden gemengd met snelwerkende insuline met behoud van alle eigenschappen. Hierop reageerde Novo weer door in 1953 de serie Lente-insulines te introduceren; deze insulines hebben jarenlang bijna een derde van de wereldconsumptie gedekt.
Een volgende belangrijke stap in de ontwikkeling van insuline werd in 1973 gezet toen Novo de zogenaamde ‘monocomponent’ (MC) insuline ontwikkelde; hierin waren verontreinigingen verwijderd waardoor een zuivere insuline overbleef. Niet veel later was de eerste humane insuline een feit; Nordisk volgde in 1982 met gemodificeerde humane insuline. In 1987 startte Novo met genetisch ‘ge-engineerde’ gistcellen voor de productie van insuline; hierdoor was men niet meer afhankelijk van dierlijke pancreassen en was het theoretisch mogelijk een onbeperkte hoeveelheid insuline te produceren.
Opvallend was de stap die in de jaren 80 werd gezet om ook hulpmiddelen te gaan produceren en leveren om insulinetoediening voor mensen met diabetes te vereenvoudigen. Zo introduceerde Novo in 1985 bijvoorbeeld de bekende NovoPen.
Twee weten meer dan 1
Het moment dat Novo en Nordisk hun samenwerking in 1988 bezegelden betekende het begin van een nieuw tijdperk waarin het Deense bedrijf wereldleider werd met betrekking tot de productie van insuline.
Zo werden insuline analogen ontwikkeld waarvan NovoRapid®, NovoMix® en Levemir® voorbeelden zijn. En met de komst van Victoza® werd de eerste stap gezet richting diabetesbehandeling middels GLP-1 therapie.